Lang leve het traditionele bedrijfsleven!
Ik weet niet of het u is opgevallen, als er een subsidieregeling is of een mogelijkheid voor een investerings- of stimuleringsbijdrage draait het altijd om een paar woorden. Het gaat om start-ups of scale-ups. Er moet minimaal het begrip innovatie in voorkomen en bijna altijd scoor je met duurzaamheid. Los van het feit dat er een woud van regelingen is waar je soms door de bomen het bos niet meer ziet, is steun aan het bedrijfsleven zo wel erg eenzijdig georiënteerd.
Is het u ook opgevallen dat als er, als gevolg van de energiecrisis en de hoge prijzen, iets gedaan moet worden aan de koopkracht van burgers, het bedrijfsleven wordt gevraagd om voor een deel van de dekking op te draaien. De kiezer is blijkbaar makkelijke te bereiken als burger, dan als ondernemer!
Maar is u de laatste tijd ook nog iets anders opgevallen? Ik hoor de laatste jaren veel over overnames of over stille verkoop van eigendom van bedrijven. Ik hoor over ondernemers, die overwegen te stoppen, omdat ze geen vertrouwen hebben in het ondernemersklimaat of tegen noodzakelijke grote investeringen aanlopen, waar ze op dat moment niet de mogelijkheden voor zien.
Vaak zijn dit familiebedrijven, soms na meerdere generaties. Vaak zijn het ook maakbedrijven, die met dure machines werken of een groot ruimtebeslag hebben en waar sprake is van een groot kapitaalbehoefte. Dat zijn de bedrijven, die meestal niet op de grote trom slaan, maar wel vaak al generaties voor veel werkgelegenheid zorgen en die in hun regio verworteld zijn in hun maatschappelijke omgeving. Vaak ook veel terugdoen voor de samenleving, bij sponsoring, dorpsveilingen, evenementen.
Begrijp me goed, er zijn ook voorbeelden van fusies of overnames, die een bedrijf een toekomstrijke nieuwe fase binnenbrengen. Maar dat is zeker niet altijd de reden waarom een ondernemer komt tot zo’n besluit. Vaak is het met de rug tegen de muur, of omdat de ondernemer er geen gat meer inziet.
Deze stille kaalslag baart me zorgen. Vooral ook omdat blijkbaar niemand zich er druk om maakt. Het onttrekt zich aan de buitenwereld, maar heeft een grote impact op het economisch ecosysteem. De vaak jarenlange verbindingen, die vanuit dat bedrijf uitgaan, naar toeleveranciers, afnemers, zoals gezegd naar de samenleving.
De overheid zou zich deze ontwikkeling moeten aantrekken. Landelijk, in ondersteuning daar waar nodig en niet verder laten oplopen van lasten en regeldruk. In de regio, met ruimte voor bedrijvigheid en uitbreidingsmogelijkheden en in de gemeente, waar deze bedrijven op een open oor en oog van de lokale overheid zouden moeten kunnen rekenen.
Het zou alleen al eens zinvol zijn om in een onderzoek in kaart te brengen in hoeverre van deze ontwikkeling sprake is en wat de gevolgen hiervan zijn. Mijn indruk is dat dit veel harder gaat dan we aan de oppervlakte zien.
Natuurlijk moet er ruimte zijn voor start- en scale-ups. Alle bedrijven moeten innoveren en werken aan verduurzaming. Maar vergeet ons traditionele bedrijfsleven niet!
Hans Huibers
Voorzitter VNO-NCW Noordwest Holland
