De Beurs van Berlage, het iconische gebouw aan het Damrak en Beursplein in Amsterdam, staat, naast zijn historie, vooral bekend om zijn congressen en events. Maar de Beurs is meer dan dat en kent een groeiende maatschappelijke rol. In gesprek met Marcel Schonenberg, algemeen directeur.
De Beurs heeft vele gezichten gekend. Kunt u ons uitleggen waarvoor het gebouw in het verleden is gebruikt?
“In 1903 is de beurs, in opdracht van de gemeente Amsterdam, geopend als koopmansbeurs, ontworpen door Hendrik Petrus Berlage. Die beurshandel, met een reeks van verschillende beurzen, is in de loop van de jaren verdwenen. Hierna heeft de Beurs nog allerlei functies gehad, met verschillende huurders, waarvan misschien wel het Nederlands Philharmonisch Orkest bij het grote publiek de bekendste is.”
Hoe is de huidige organisatie, waarvan u directeur bent, in de Beurs ontstaan?
“In 2008 heeft de gemeente bedacht om met drie andere aandeelhouders de beurs te privatiseren. Deze nieuwe aandeelhouders hadden drie doelstellingen: zij wilden dat het gebouw rendabel zou worden, dat het een zichtbare rol zou spelen in het centrum van Amsterdam en dat het een bepaalde maatschappelijke rol zou vervullen.
Onze organisatie werd gestart en na grondig onderzoek hebben we ontdekt dat een congrescentrum de meest interessante bestemming voor de beurs zou zijn. Met 16.000 vierkante meter tot onze beschikking en 4.500 hotelbedden op loopafstand, hebben we ons vooral gericht op de internationale markt. Het congrescentrum is inmiddels onze corebusiness geworden.”
Hoe is de Beurs door de jaren heen voor de omgeving meer gaan betekenen?
“De buitenplint van het gebouw hebben we veel levendiger gemaakt. Inmiddels is de stad welkom bij verschillende nieuwe huurders in de voorkant van het gebouw, zoals restaurants, escaperooms en een chocoladewinkel. Daarnaast hebben wij 24 zalen in het pand die we ook een rol laten spelen in de omgeving. Dat doen we met onder andere charity dinners, concerten, beurzen en tentoonstellingen. Ook kunnen Amsterdamse scholen of andere instellingen uiteraard een ruimte bij ons huren. En we organiseren een jaarlijkse open dag waarop we de Beurs openstellen, rondleidingen geven en ook de buurtbewoners de kans geven zichzelf te profileren met een stand.
Steeds meer proberen we kennis en ervaring, die we met onze congressen Amsterdam binnenhalen, de stad te verrijken. We maken nu goede stappen om dat te bewerkstelligen met het opzetten van een sterk netwerk dat ook buiten het gebouw kennis en ervaring achterlaat.”
Krijgt de Beurs eigenlijk subsidie?
“De Beurs is geen gesubsidieerde instelling. Sporadisch ontvangen we een kleine subsidie op specifieke instandhoudingsprojecten, waar we natuurlijk blij mee zijn, maar we zijn een commercieel bedrijf. Vanuit mijn bestuurlijke functies, waaronder ook bij BIZ Damrak/ Beursplein, Vereniging Amsterdam City, kom ik veel ondernemers tegen. Nog best vaak krijg ik te horen dat mensen denken dat onze organisatie zwaar gesubsidieerd is. Maar het zijn grotendeels onze eigen inkomsten die ervoor zorgen dat alles blijft draaien. Zo zorgen we ervoor dat het gebouw op een duurzame en waardige manier voor de toekomst bewaard blijft en een plek voor iedereen is. Elke vierkante meter hebben we benut en we hebben een gezonde bedrijfsvoering die ook de continuïteit van de Beurs waarborgt. Vandaar ook dat we relatief goed de coronacrisis zijn doorgekomen. Vanuit de omgeving krijgen we dat nu ook steeds meer terug en dat is goed om te horen.”
Meer informatie over de Beurs van Berlage is te vinden op www.beursvanberlage.com.
