Kennisplatform voor noord holland
Haije Wind
Van der Meij Advocaten verzekeringsrecht

Restschulden

Ik wil het vandaag een keertje over iets anders hebben, namelijk restschulden bij hypotheekbanken na de verkoop van de woning en het formele tenietgaan van de hypotheek.

Vorige maand had ik een kort geding over een dergelijke zaak. De relevante feiten waren als volgt. Op basis van een hypotheekrecht was er in 2010 onder de werkgever van cliënt loonbeslag gelegd door de hypotheekbank. Dit heeft vervolgens geleid tot verkoop van de woning op 2 november 2012. Het loonbeslag is toen niet opgeheven, maar blijven liggen op het loon van cliënt, voor de afbetaling van de toenmalige restschuld van ongeveer € 120.000, die op dat moment is ontstaan.

Anders dan een hypotheekschuld verjaart de vordering van een restschuld al na vijf jaar. Die vijf jaar was verstreken op 2 november 2017. Anders dan de wederpartij meende is deze verjaring van de vordering niet tijdig gestuit, zoals geregeld in art 3.317 BW. Een formeel stuitingsexploot werd pas uitgebracht door een deurwaarder op 21 mei van dit jaar, lang nadat de verjaring volgens ons al was voltooid.

Onrechtmatig

De verweren van de bank hiertegen gingen niet op. Volgens de bank heeft de beslaglegging zelf al als een stuitingshandeling te gelden en ook zou cliënt de vordering in correspondentie hebben erkend. Dat bleek echter nergens uit. Het gelegde loonbeslag ten aanzien van deze al in 2017 verjaarde restschuld aan de wederpartij ligt sedertdien onrechtmatig. In het kort geding werd dan ook namens mijn cliënt de onmiddellijke opheffing van dit onrechtmatige beslag bevolen. In het vonnis werd dit ooit gelegde loonbeslag inderdaad opgeheven, vanwege het feit dat de restvordering ook volgens de rechter al jaren geleden was verjaard,.

Mocht u zelf ooit in een situatie zijn beland met een hypotheek en een latere restschuld daarop die destijds – mogelijk al heel lang geleden – ontstond, dan is het mogelijk dat ook in uw geval die restschuld, die juridisch heel iets anders is dan een hypotheekschuld, eveneens na vijf jaar na het ontstaan daarvan is verjaard, maar dat is helaas lang niet altijd zo.

Stuiting

Als u bijvoorbeeld sommatiebrieven hebt ontvangen van een advocaat of een deurwaarder, waarbij die restschuld is opgeëist, dan is dat al een stuiting van die verjaring. En als u met de schuldeiser ooit een betalingsregeling hebt getroffen over die restschuld, dan kan het goed zijn dat u de hoogte van die restschuld toen schriftelijk hebt erkend. Een dergelijke erkenning geldt wel een formele stuiting volgens de wet, hetgeen in dat geval dus geen verjaring van die vordering teweegbrengt. Zo is het elke keer weer van belang om in elke zaak te kijken naar alle feiten en omstandigheden.

Haije Wind
Advocaat bij Van der Meij Advocaten, Amsterdam

Delen via

Zoeken naar: